‘mastodont’
'De
schilderkunst is dood': het is al zo vaak beweerd. In het digitale tijdperk lijkt de
schilderkunst een zinloze bezigheid uit een ver verleden, niet meer
van deze tijd, iets waar je alleen maar vieze handen van krijgt. Deze
vier kunstenaars komen er rond voor uit dat zij ook nu nog
gefascineerd zijn door het medium schilderkunst, dat voor hun nog
niets van haar betovering heeft verloren. Zij kiezen bewust voor de
afzondering van het schildersatelier, maar zijn tegelijk ook weer
niet wereldvreemd: zij zijn aanwezig op openingen, schudden handen,
doen aan het onvermijdelijke 'netwerken'. Zij zijn op de hoogte van
alle technische ontwikkelingen, alle enen en nullen waaruit een beeld
tegenwoordig kan worden opgebouwd. Ironisch genoeg presenteren zij
hun tentoonstelling als een viering van de launch van een nieuwe
website.
Het belang van de materie, de voelbare verf waaruit hun
voorstellingen zijn opgebouwd, wordt zo weer teniet gedaan.
Eefje Versteegen schildert vormen die zijn ontleend aan het plantenrijk. Sierlijke organische vormen, zoals een blad of een bloem, heeft ze ritmisch geplaatst in het schilderij. Zo nu en dan wordt een harde geometrische vorm zichtbaar die aan architectuur refereert. Versteegen werkt met dissonanten en omkeringen. Net wanneer je denkt dat de voorstelling ophoudt, kan op de rand van het schilderij een nieuwe vorm opduiken. Waar je licht verwacht, is het donker; niets is wat het lijkt. Het werk van Versteegen is van een verontrustende schoonheid.
De direktheid waarmee Dirk Jan Jager de verf op het doek aanbrengt, is nietsverhullend. Een lange streek olieverf suggereert zowel het volume van een arm of been als de dynamiek van de beweging. Een veeg of een vlek wordt een heup of een gezicht. Wat er niet toe doet, wordt overgeslagen, weggelaten. Zo lijken figuren te ontstaan van vlees en bloed. Maar als je ze wilt doorgronden, verdwijnen ze. Ze worden weer veeg, streek of vlek. Vlees wordt verf en verf wordt vlees.
Toon Berghahn schildert een hallucinerende kleuren- en vormenwereld die overvalt en bezweert. Hij stelt zich voor hoe een bepaald persoon op een bepaald moment op een bepaalde plaats extase kan ervaren. Voor zijn schilderijen gaat hij uit van de zichtbare werkelijkheid, die hij transformeert naar utopische schoonheid in een puur schilderkunstige vorm.
Chantal Spit koestert het kleine sentiment. Met name haar kindertijd lijkt de bron van veel geschilderde verhalen. Bij het zien van haar "kinderen in alledaagse situaties" besef je dat je slechts een glimp ziet uit een groter geheel. De clou en autobiografische details ontbreken. De toeschouwer is overgeleverd aan zijn eigen voorstellingsvermogen.


