‘strip’
Af! Dat is de verzameltitel van
vijftien kleine tekeningen waarop een man doet alsof hij een hond is.
Hij hangt met zijn tanden aan een boomtak. Hij heeft een voederbak
met zijn naam (Ruud) op de rand. Hij zit op handen en knieën voor de
deur, blaffend. Maar hij heeft zijn pak nog aan!
Deze scènes
uit een hondenleven zijn getekend door Femke
van Heerikhuizen, snel en spontaan. Haar cartoons zijn
nadrukkelijk onaf, maar hun luchtigheid is verdacht: hoe leuk is het
om veroordeeld te worden tot een bestaan als viervoeter?
Stichting Zet organiseert
thematische tentoonstellingen met tekeningen als uitgangspunt. Onder
de wat misleidende titel 'Strip' is nu een tentoonstelling ingericht in outLINE, waarvoor vijf kunstenaars zijn gevraagd de grenzen van het
beeldverhaal te verkennen. Strips in conventionele vorm zijn hier dus
niet te zien; wel werken waarin stripachtige elementen zijn
gebruikt.
De Zuid-Afrikaanse Ina
van Zyl is het dichtst bij de bron gebleven. Zij heeft vier
korte beeldverhalen opgehangen, waarop ze in houtskool herinneringen
ophaalt aan een eenzaam tienerbestaan. Ze schrijft: 'In die hoërskool
word versamelings moeiliker. In die hoërskool word alles moeiliker.'
Daarbij zien we sombere close-ups van een meisje dat troost zoekt in
het verslinden van donuts.
Striptekenaar Wasco
speelt met de wetmatigheden van de verteltechniek. 'Flats' is een
tekening waarop rechthoekige stripkaders en blokvormige gebouwen
bijna niet meer van elkaar te onderscheiden zijn, waardoor platheid
en diepte voortdurend stuivertje wisselen. Een ander soort verwarring
wordt opgeroepen in een titelloze tekening waarop het verhaal
achterstevoren wordt verteld. Op het eerste plaatje wandelen de
personages Phiwi en Tuitel naar een horizon waar een zon ondergaat,
op het laatste plaatje zien we mensen angstig over straat hollen.
Daartussen speelt zich een mystiek verhaal af over vernietiging en
wedergeboorte, getekend in een onschuldige, verraderlijk gezellige
stijl.
Mariëtte Maaskant
is van de vijf deelnemers het minst "strippeus." Haar
tekeningen tonen steeds een gezichtsloze figuur die zo transparant is
dat de stofwisseling zichtbaar is geworden. Er vliegt bijvoorbeeld
een groen vliegtuig door de mond naar binnen terwijl in de
vertakkingen van de longen de plattegrond van een stad valt waar te
nemen. Of er gaat een soort eierslang door de mondopening en er komt
via de borst een monster met rode koppen naar buiten. Penetraties
zijn een terugkerend thema. Op een van de tekeningen duiken hardroze,
rechtopstaande vingers op uit het papier. Eerder getekende vingers
zijn weggegumd, maar niet onzichtbaar, zodat het werk een spookachtig
dubbelbestaan leit. 'Tekenen zien wij als een activiteit die leidt
tot kunst waarvan de onstaanswijze een vitaal bestanddeel is',
schrijft de organiserende Stichting Zet in haar verantwoording.
'Daarbij passen volgens ons ook media en formaten die de grenzen
overschrijden van hetgeen voor "tekenen" traditioneel
gebruikelijk is.'
De formaten die Ronald
Cornelissen aandurft, zullen voor de meeste tekenaars
inderdaad nauwelijks werkbaar zijn. Hij heeft in Outline een
metershoog tweeluik opgehangen, waarop een belangrijke maar verborgen
rol is weggelegd voor het Heilige Kruis.
De tekening aan de
rechtermuur heet The Pit en laat een slapende vrouw zien geflankeerd
door boomstammen die wat stofuitdrukking betreft ook fluwelen
gordijnen hadden kunnen zijn. Hoog boven haar loopt een stuk rails en
daarover rijdt een stoomlocomotief. Op een van de dwarsbalken van de
rails staat INRI.
Die bijbelse afkorting keert terug in de
tekening links, waarop een boom is afgebeeld. Die boom heeft een
gezicht, en over de gapende mond is een plankje getimmerd met opnieuw
het woord INRI. Bovenin de takken hangt een aureool en is met
houtachtige letters een onleesbaar woord gevormd. Het eigenaardige
van die knoestige letters is dat ze een ongemakkelijke associatie
oproepen met de avonturen van Paulus de Boskabouter: wat is het
verband tussen Jezus en Eucalypta?


